ECLI:NL:RBDHA:2019:1269
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige identiteit en homoseksualiteit
Eiser, die aanvankelijk stelde Algerijnse nationaliteit te hebben en homoseksueel te zijn, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De aanvraag werd als kennelijk ongegrond bestempeld vanwege twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiser, die uit vingerafdrukonderzoek bleek te verschillen van zijn opgave.
Eiser voerde aan dat hij niet moedwillig misleidende informatie had verstrekt en betwistte zijn Marokkaanse nationaliteit. Ook stelde hij dat zijn psychische klachten onvoldoende in acht waren genomen bij de beoordeling van zijn homoseksualiteit. De rechtbank achtte echter de geloofwaardigheid van verweerder in de beoordeling van identiteit en nationaliteit doorslaggevend.
De rechtbank concludeerde dat eiser wisselende en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn identiteit, wat tot misleiding leidde. De aanvraag werd daarom terecht als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en homoseksualiteit is ongegrond verklaard.