Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
BIJLAGE
(zoals geldend ten tijde van de aanvragen)
(zoals nu geldend)
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling die sinds 2005 in Nederland verblijft, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER op basis van de zorg- en opvoedingstaken voor zijn minderjarige stiefzoon met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn Nederland te verlaten als aan eiser geen verblijfsrecht werd verleend.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte het strengere beleid WBV 2018/4 toepaste, terwijl het ruimere beleid WBV 2017/9 van toepassing was op het moment van de aanvraag. Dit verschil betreft een aanscherping in de beoordeling van de omvang en frequentie van de zorgtaken. De rechtbank volgt niet het standpunt van verweerder dat het niet uitmaakt welk beleid wordt toegepast, omdat het oude beleid een ruimere toetsing kende.
Verder concludeert de rechtbank dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, omdat verweerder de toetsing aan het juiste beleid naliet. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de uitspraak op het beroep is gedaan. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.