Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
- Pensioen € 43.251
- Saldo inkomen en aftrekposten eigen woning € 6.939 -/-
- Aftrekbare kosten i.v.m. alimentatie € 7.300 -/-
- Specifieke zorgkosten (persoonsgebonden aftrek)
- Medicijnen € 42
- Uitgaven vervoer i.v.m. ziekte € 5.000
- Extra uitgaven kleding en beddengoed € 310
- Genees- en heelkundige hulp € 648
- Uitgaven extra gezinshulp € 1.700
- Verhoging specifieke zorgkosten
€ 478
€ 7.300
- Pensioen € 43.251
- Saldo inkomen en aftrekposten eigen woning € 6.939 -/-
- Specifieke zorgkosten (persoonsgebonden aftrek)
- Medicijnen € 0
- Uitgaven vervoer i.v.m. ziekte € 683
- Extra uitgaven kleding en beddengoed € 310
- Genees- en heelkundige hulp € 336
- Uitgaven extra gezinshulp € 0
€ 0
€ 478
Geschil9. In geschil is of de aanslag IB/PVV 2014 en de beschikking belastingrente tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiseres te vergoeden.