ECLI:NL:RBDHA:2019:12945
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar naheffingsaanslag omzetbelasting wegens termijnoverschrijding
Eiseres, een onderneming actief in beheer en advies op het gebied van licentie- en vermogensrechten, maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 2013-2014, inclusief een vergrijpboete en belastingrente. De naheffingsaanslag werd opgelegd op 28 augustus 2018. Het bezwaar werd echter pas op 29 oktober 2018 ontvangen, buiten de wettelijke termijn van zes weken die op 9 oktober 2018 eindigde.
Eiseres stelde dat een e-mail van 14 augustus 2018 als bezwaarschrift moest worden aangemerkt en dat het bezwaar op grond van het vertrouwensbeginsel ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat de e-mail een prematuur bezwaar betrof, aangezien de naheffingsaanslag toen nog niet was opgelegd, en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Verder faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat verweerder geen ondubbelzinnige toezegging had gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen bij eiseres wekte. De rechtbank concludeerde dat eiseres de bezwaartermijn had moeten controleren en tijdig bezwaar had moeten indienen. Het beroep werd daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 10 oktober 2019 door rechter E. Kouwenhoven.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.