ECLI:NL:RBDHA:2019:12961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering belastingaanslagen 2013 en 2014 wegens niet aannemelijke giften en scholingsuitgaven
Eiser maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2013 en 2014, omdat verweerder de aftrek van giften en scholingsuitgaven niet erkende. Verweerder had de navordering gebaseerd op een nieuw feit en het ontbreken van bewijsstukken door eiser.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht navordering toepaste, omdat de inhoud van de aangiften geen aanleiding gaf tot twijfel en er sprake was van een nieuw feit. Eiser kon de aftrekposten niet aannemelijk maken omdat hij geen bewijsstukken overlegde, terwijl de bewijslast hiervoor op hem rustte.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eiser niet aannemelijk maakte dat verweerder een bindende toezegging had gedaan of een bewuste standpuntbepaling had genomen die voor latere jaren zou gelden. Ook het ontbreken van anbi-status van de stichting was niet aan de orde in deze procedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter Batelaan-Boomsma op 14 november 2019.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de navorderingsaanslagen 2013 en 2014 wordt ongegrond verklaard.