ECLI:NL:RBDHA:2019:13017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige plaatsing transgender vrouw op mannenafdeling in detentiecentrum
Eiseres, een transgender vrouw met de Colombiaanse nationaliteit, werd op 18 oktober 2019 onder een maatregel van bewaring geplaatst op de mannenafdeling van het detentiecentrum. Hoewel zij de rechtmatigheid van de maatregel zelf niet betwistte, stelde zij dat de omstandigheden waaronder zij werd vastgehouden, waaronder het verbod op het gebruik van verzorgingsmiddelen die zij als transgender vrouw nodig heeft, haar detentie onevenredig bezwarend maakten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder voorafgaand aan de plaatsing onvoldoende rekening had gehouden met de specifieke situatie van eiseres. Ondanks dat uit het dossier en het proces-verbaal bleek dat eiseres zich als vrouw presenteert en dit ook wenst, werd zij zonder een kenbare belangenafweging op de mannenafdeling geplaatst. Verweerder had dit moeten onderzoeken en een zorgvuldige afweging moeten maken, mede gezien de impact op haar persoonlijke levenssfeer.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de maatregel vanaf 26 november 2019 onrechtmatig was. De maatregel werd opgeheven en eiseres kreeg een schadevergoeding van € 2.960,- voor 37 dagen onrechtmatige detentie. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.024,-. De uitspraak werd gedaan door rechter E.P.W. van de Ven op 26 november 2019.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de plaatsing van eiseres op de mannenafdeling onrechtmatig is en beveelt opheffing van de maatregel met toekenning van schadevergoeding.