Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2019:1302

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 februari 2019
Publicatiedatum
14 februari 2019
Zaaknummer
C/09/19/35 R
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.W. Vogels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Verordening 2015/848Art. 287 FaillissementswetArt. 320 lid 6 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing schuldsaneringsregeling natuurlijke personen vanaf pensioengerechtigde leeftijd

Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen. De rechtbank Den Haag verklaart zich bevoegd de insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen, aangezien het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

Hoewel verzoeker aangeeft niet meer in staat te zijn te werken en geestelijk uitgeput te zijn, zijn er geen medische stukken overgelegd die dit ondersteunen. De arbeidsplicht van verzoeker vervalt per 1 juli 2019 vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Daarom wordt de schuldsaneringsregeling met ingang van die datum van toepassing verklaard.

De rechtbank stelt vast dat alle reeds gelegde beslagen per 1 juli 2019 komen te vervallen. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd en krijgt de bewindvoerder een voorschot op het salaris toegekend. De bewindvoerder krijgt ook de last om gedurende 13 maanden aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen te openen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de schuldsaneringsregeling van toepassing op verzoeker per 1 juli 2019, met vervallen arbeidsplicht en alle beslagen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team insolventies – enkelvoudige kamer
insolventienummer: C/09/19/35 R

Vonnis van 14 februari 2019

[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode en woonplaats],
verzoeker,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
De verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 31 januari 2019.

De beoordeling

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3, eerste lid, Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (herschikking IVO), bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Gebleken is dat verzoeker in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden.
Verzoeker heeft op zitting aangegeven dat hij niet meer in staat is om te werken en dat hij geestelijk ‘op’ is. De rechtbank is echter niet bekend met medische stukken waaruit blijkt dat verzoeker niet kan werken. Aangezien de arbeidsplicht van verzoeker komt te vervallen per 1 juli 2019 vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, zal de rechtbank verzoeker toelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen per 1 juli 2019. De verplichtingen die aan deze regeling verbonden zijn gaan tevens in per 1 juli 2019.

De beslissing

De rechtbank:
- spreekt
met ingang van 1 juli 2019de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats],
wonende te [adres, postcode en woonplaats]
;
- verstaat dat deze insolventieprocedure een hoofdinsolventieprocedure is als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (herschikking IVO);
- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.W. Vogels,
en tot bewindvoerder N. Pavljasevic (Van der Linden C.S.),
correspondentieadres:
Postbus 187
3330 AD Zwijndrecht;
- stelt vast dat alle reeds gelegde beslagen komen te vervallen per 1 juli 2019;
- kent aan de bewindvoerder voor de duur van de schuldsaneringsregeling een voorschot toe op het salaris ter hoogte van het bedrag als bedoeld in artikel 320,
lid 6 van de Faillissementswet en vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur;
- geeft per 1 juli 2019 last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van 13 maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2019 in tegenwoordigheid van A.J. Derks, griffier.
De behandelend juridisch medewerker is mr. F.M. Verburg.