Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 november 2019 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil9. In geschil is of eiseres recht heeft op aftrek van voorbelasting in de periode 2008 tot 2009 voor de facturen van de bedrijven zoals vermeld onder 4. Daarnaast is de vergrijpboete in geschil.
3 november 2009. De op die factuur vermelde werkzaamheden betreffen werkzaamheden met betrekking tot een hoeve in [stad] (België). Een dergelijke prestatie is belastbaar daar waar de onroerende zaak is gelegen. De op deze factuur vermelde omzetbelasting komt derhalve niet voor aftrek in aanmerking. Met betrekking tot de boetebeschikking stelt verweerder dat de vergrijpboete terecht en tot het juiste bedrag aan eiseres is opgelegd.
5 jaar en 1 maand bedraagt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 8.085 en vermindert de beschikking heffingsrente overeenkomstig;
- vermindert de vergrijpboete tot een bedrag van € 3.436;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 766;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338 aan eiseres te vergoeden.