ECLI:NL:RBDHA:2019:13045
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens belangenafweging bij vreemdeling
Eiser is sinds 1 mei 2019 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is op 22 oktober 2019 verlengd met maximaal twaalf maanden. Eiser heeft tegen deze verlenging beroep ingesteld.
De rechtbank weegt het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld tegen het belang van verweerder om de bewaring voort te zetten met het oog op uitzetting. Hoewel eiser zijn broer niet heeft gevraagd te helpen bij het verkrijgen van identificerende documenten, heeft hij wel meerdere pogingen ondernomen om contact te leggen met de Marokkaanse autoriteiten, onder meer via Vluchtelingenwerk Nederland. Verweerder heeft deze pogingen niet betwist.
De rechtbank oordeelt dat het belang van eiser zwaarder weegt, mede omdat de bewaring inmiddels meer dan zeven en een halve maand duurt en eiser niet verwijtbaar tekort is geschoten in zijn medewerking. De maatregel wordt daarom opgeheven met ingang van 5 december 2019. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven met ingang van 5 december 2019.