ECLI:NL:RBDHA:2019:13085
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rentebeschikking en vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in BPM-zaken
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een rentebeschikking van de inspecteur in verband met een teruggaaf van BPM. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur bevoegd is op grond van artikel 30ha van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) om een rentebeschikking te geven. De hoogte van de rente is niet te laag en is correct berekend over de juiste periode.
De rechtbank wijst het beroep van eiseres af omdat de wettelijke bepalingen en jurisprudentie, waaronder het Irimie-arrest, geen grond bieden voor een hogere rentevergoeding. Daarnaast is vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsfase ruim twee jaar en vier maanden duurde, waarbij de bezwaarfase ruim anderhalf jaar besloeg.
Omdat geen omstandigheden zijn aangevoerd die een langere termijn rechtvaardigen, kent de rechtbank eiseres een vergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens worden proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
De rechtbank wijst het verzoek om uitstel van de zitting af vanwege het prille stadium van onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst en het late tijdstip van het verzoek. De uitspraak is gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 5 december 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de rentebeschikking wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt €500 vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.