Eiser, van Turkse nationaliteit, vroeg asiel aan na zijn aanhouding met valse Bulgaarse documenten. Hij stelde dat hij vanwege zijn sponsoring van de Gülen-beweging en kritiek op Erdogan bedreigd werd en vernielingen ondervond. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod op.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de identiteit van eiser ongeloofwaardig mocht achten vanwege het gebruik van meerdere namen en het ontbreken van onderzoek naar het originele identiteitsbewijs. Ook achtte verweerder de betrokkenheid bij de Gülen-beweging ongeloofwaardig omdat eiser dit niet met documenten of verklaringen aannemelijk maakte.
Daarnaast vond de rechtbank dat de rechtszaak en de ondervonden problemen vaag en summier waren toegelicht, waardoor verweerder deze terecht ongeloofwaardig achtte. De aanvraag mocht daarom als kennelijk ongegrond worden afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.