ECLI:NL:RBDHA:2019:13252
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilig land van herkomst Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 6 november 2019 een asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege familieproblemen zijn land had verlaten. Hij stelde dat zijn vader een drugshandelaar is en dat hij daardoor een slechte familienaam heeft, wat hem belemmert in het vinden van een huwelijkskandidaat.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Algerije als veilig land van herkomst wordt beschouwd. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat Algerije in het algemeen veilig is, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiser kon niet aannemelijk maken dat de situatie in zijn persoonlijke geval afwijkt van het algemene veiligheidsbeeld van Algerije. De rechtbank stelde dat de aangevoerde familieproblemen geen asielrechtelijke relevantie hebben en niet vallen onder daden van vervolging of ernstige schade zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
Ook het opgelegde inreisverbod van twee jaar werd door de rechtbank als rechtmatig beoordeeld, aangezien dit volgens het geldende beleid en wettelijke bepalingen is opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.