ECLI:NL:RBDHA:2019:13273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vergrijpboetes wegens niet-volledige inkeer buitenlandse bankrekening
Eiser heeft in zijn aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2006 tot en met 2016 geen vermogensbestanddelen van een buitenlandse bankrekening aangegeven. Hij heeft getracht gebruik te maken van de inkeerregeling, maar heeft niet alle benodigde gegevens verstrekt, mede vanwege bedreigingen door mede-rekeninghouders en het ontbreken van toestemming om geld op te nemen.
De Belastingdienst heeft de inkeermelding afgewezen omdat eiser geen volledige en juiste gegevens heeft verstrekt, wat vereist is voor toepassing van de inkeerregeling. Eiser stelde een vaststellingsovereenkomst voor waarbij hij een deel van het saldo op een nieuwe rekening zou storten, maar dit werd niet geaccepteerd. De Zwitserse autoriteiten bevestigden dat eiser in de relevante periode geen rekening bij de genoemde bank hield.
De rechtbank oordeelt dat eiser bewust onjuiste aangifte heeft gedaan en dat de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd. De boetes zijn gematigd vanwege partiële inkeer, maar de hoogte van 50% voor 2006-2008 en 150% voor 2009-2016 wordt als passend en geboden beschouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de opgelegde vergrijpboetes van 50% en 150%.