In deze strafzaak heeft de officier van justitie op 9 januari 2019 een machtiging gevraagd voor een netwerkzoeking vanaf een eerder in beslag genomen computer die afkomstig is uit de woning van verdachte. De rechter-commissaris heeft overwogen dat de netwerkzoeking kan plaatsvinden op de locatie waar de computer zich bevindt, zonder dat de woning opnieuw hoeft te worden doorzocht.
De woning van verdachte was op 17 september 2018 doorzocht waarbij de computer in beslag werd genomen. Tijdens die doorzoeking was geen netwerkzoeking uitgevoerd, maar dit sluit een latere machtiging niet uit. De rechter-commissaris baseert zijn beslissing op de artikelen 125i en 125j van het Wetboek van Strafvordering en stelt vast dat het terugplaatsen van de computer in de woning om een doorzoeking van een plaats te simuleren als gekunsteld wordt gezien.
De netwerkzoeking kan dus plaatsvinden op bijvoorbeeld het politiebureau waar de computer zich bevindt, wat bovendien minder inbreuk maakt op de privacy van verdachte. De rechter-commissaris machtigt de officier van justitie om de netwerkzoeking uit te voeren onder de voorwaarden zoals in de vordering en het proces-verbaal zijn beschreven.