ECLI:NL:RBDHA:2019:13383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting wegens parkeren
Eiser heeft vier naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd gekregen wegens het niet voldoen van parkeerbelasting op verschillende parkeerplaatsen in Den Haag. In geschil stond of op de betreffende tijdstippen sprake was van het onmiddellijk in- of uitstappen van personen, wat parkeren zou uitsluiten.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet zichtbaar was rondom het voertuig en van het voertuig wegliep, en dat hij ter zitting verklaarde eerst een woning binnen te gaan om zijn moeder te helpen met haar jas voordat zij samen naar de auto liepen. Deze handelingen vallen niet onder het onmiddellijk in- of uitstappen van personen. Ook was er geen sprake van laden of lossen van grote goederen.
Eiser voerde aan op twee momenten wel parkeerbelasting te hebben voldaan, maar leverde hiervoor geen bewijs. De rechtbank oordeelde dat verweerder de naheffingsaanslagen terecht heeft opgelegd. Een beroep op de hardheidsclausule kon niet worden beoordeeld door de rechtbank.
De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn ongegrond verklaard omdat geen sprake was van onmiddellijk in- of uitstappen.