ECLI:NL:RBDHA:2019:13384

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2019
Publicatiedatum
13 december 2019
Zaaknummer
NL18.22805
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en onvindbaarheid eiser

Eiser heeft tegen een terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Zijn gemachtigde diende een beroepschrift in zonder beroepsgronden en trok zich vervolgens terug uit de procedure. De rechtbank heeft eiser schriftelijk benaderd op het laatst bekende adres om te vragen of hij het beroep wil voortzetten en een nieuwe gemachtigde heeft, maar de brief kwam retour met de mededeling dat eiser onbekend is op dat adres.

Omdat geen beroepsgronden zijn ingediend en er geen geldige reden is voor het ontbreken daarvan, en omdat eiser niet bereikbaar is, mag de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Eiser is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, terwijl verweerder zich wel liet vertegenwoordigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en onvindbaarheid van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.22805
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudig kamer van 5 december 2019 in de zaak tussen

[eiser] , geboren op [1986] , van Marokkaanse nationaliteit, eiser

V-nummer: [V-nummer]
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2018 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiser heeft tegen het besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2019. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Dat is anders als er een geldige reden is waarom er geen beroepsgronden zijn ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
2. Namens eiser is door zijn gemachtigde, mr. F. Ben-Saddek digitaal een beroepschrift ingediend waarmee wordt opgekomen tegen het bestreden besluit. In het beroepschrift zijn geen beroepsgronden vermeld. Met het bericht van 3 oktober 2019 is de gemachtigde op dit verzuim gewezen en in de gelegenheid gesteld de gronden binnen vier weken toe te sturen. Daarbij is erop gewezen dat indien van deze gelegenheid geen gebruik wordt maakt, het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
3. Bij brief van 31 oktober 2019 heeft mr. F. Ben-Saddek meegedeeld dat hij niet langer optreedt als de gemachtigde van eiser en zich aan de beroepsprocedure onttrekt. Hij heeft geen beroepsgronden ingediend.
4. Omdat er geen nieuwe gemachtigde bekend is, heeft de rechtbank eiser zelf aangeschreven op het bij de rechtbank laatst bekende adres. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 13 november 2019 gevraagd of hij het beroep wil voortzetten en of hij een nieuwe gemachtigde heeft. Deze brief is bij de rechtbank retour gekomen met de mededeling dat eiser onbekend is op dit adres en onbekend op deze locatie.
5. Omdat er geen beroepsgronden zijn ingediend en er geen geldige reden is waarom dit niet is gedaan, mag de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaan geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Michon, rechter, in aanwezigheid van mr. R.D.A. van Veghel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.