Eiser, een Wit-Russische LHBT-activist, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege discriminatie en vervolging in zijn thuisland. Hij stelde dat zijn seksuele geaardheid en een code in zijn militaire boekje hem belemmeren bij het vinden van werk, het volgen van een opleiding en het verkrijgen van een rijbewijs. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat de situatie van LHBT-ers in Wit-Rusland en de persoonlijke omstandigheden van eiser geen gegronde vrees voor vervolging opleveren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van de code in zijn militaire boekje geheel geen werk kan vinden of een opleiding kan volgen. Tevens werd vastgesteld dat verweerder onduidelijkheid vertoonde over het standpunt ten aanzien van de vermelding van de seksuele geaardheid in het militaire boekje.
Verder erkende de rechtbank de discriminatoire behandeling die eiser heeft ondervonden, waaronder bedreigingen, uitsluiting van onderwijs en het feit dat hij openlijk als activist heeft opgetreden. Gezien deze omstandigheden werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.