ECLI:NL:RBDHA:2019:13408
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging PIJ-maatregel en voorwaardelijke beëindiging met voorwaarden
De rechtbank Den Haag behandelde op 7 november 2019 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige veroordeelde, die oorspronkelijk was opgelegd in december 2016 en reeds meerdere malen was verlengd.
Op basis van het advies van het Forensisch Centrum Teylingereind en de reclassering bleek dat de veroordeelde een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hij toont meer openheid, heeft een baan, volgt een MBO-opleiding en neemt deel aan een STP-traject. De gedragsproblematiek is verminderd en beschermende factoren zijn ontstaan die het risico op recidive verlagen.
Tijdens de raadkamer werd het advies gewijzigd in een aanbeveling tot voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, onder voorwaarden die de reclassering had geformuleerd. De officier van justitie persisteerde in de verlenging, maar had geen bezwaar tegen de voorwaardelijke beëindiging onder voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat de veiligheid en het belang van de ontwikkeling van de veroordeelde geen verlenging meer vereisen. De vordering tot verlenging werd afgewezen en de PIJ-maatregel zal van rechtswege voorwaardelijk eindigen. De rechtbank stelde ambtshalve bijzondere voorwaarden vast, waaronder een locatieverbod voor bepaalde wijken, verplichting tot dagbesteding, en het volgen van ambulante behandeling, om het resocialisatietraject te ondersteunen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verlenging van de PIJ-maatregel af en stelt ambtshalve voorwaarden vast voor de voorwaardelijke beëindiging.