ECLI:NL:RBDHA:2019:13435
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een verwante zaak (NL19.26846) tijdens de zitting van 26 november 2019. Kort daarna deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. J.L.E. Bakels, voorzieningenrechter, en is in het openbaar bekendgemaakt op 9 december 2019. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod is afgewezen.