ECLI:NL:RBDHA:2019:13438
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na beroep
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag werd bij besluit van 4 november 2019 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 26 november 2019, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De zaak werd gelijktijdig behandeld met een andere zaak (NL19.26972). Op de dag van de uitspraak werd in die andere zaak uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.L.E. Bakels, voorzieningenrechter, en is in het openbaar bekendgemaakt op 6 december 2019. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep.