ECLI:NL:RBDHA:2019:13692
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag biseksuele vreemdeling wegens ongeloofwaardige verklaring
Eiser, een biseksuele man van Beninse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op de ongeloofwaardigheid van zijn verklaringen over zijn seksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen met zijn familie in Benin. De rechtbank oordeelde dat verweerder de biseksuele geaardheid van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig had bevonden, omdat eiser summier en vaag bleef in zijn toelichting, ondanks doorvragen.
De rechtbank overwoog dat van eiser redelijkerwijs verwacht mocht worden dat hij zijn gevoelens en ervaringen concreter zou toelichten, zeker omdat hij bescherming vroeg vanwege zijn seksuele geaardheid. Verweerder had ook terecht gewezen op het gebrek aan kennis van eiser over de situatie van LHBTI’s in Benin en Nederland, wat de geloofwaardigheid verder ondermijnde.
Daarnaast werd het verzoek van eiser om rekening te houden met zijn culturele achtergrond, opleidingsniveau en laaggeschoolde werk afgewezen, omdat de gebruikte werkinstructie (WI 2018/9) voldoende rekening houdt met dergelijke factoren. De rechtbank zag geen reden om de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak af te wachten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel bleef afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige verklaring over seksuele geaardheid.