ECLI:NL:RBDHA:2019:13994
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen rechtmatig verblijf van Poolse burger op grond van Unierecht bevestigd na belangenafweging
Eiser, een Poolse burger, is geregistreerd als vreemdeling en verweerder heeft vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Dit omdat eiser langer dan drie maanden in Nederland verbleef zonder voldoende bestaansmiddelen en sinds juni 2018 geen arbeid verrichtte of als werkzoekende kon worden aangemerkt.
Eiser voerde aan dat er geen duidelijk toetsingskader bestaat voor de belangenafweging bij verwijderingsmaatregelen en dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig voorbereid zou zijn. Verweerder handhaafde het besluit en voerde aan dat de belangenafweging conform het Unierecht is gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het belang van de Nederlandse staat heeft meegewogen, waarbij de maatschappelijke overlast en het ontbreken van eigen onderhoud een rol spelen. Eiser heeft zijn belangen onvoldoende aangevoerd en de motivering van verweerder is toereikend. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst proceskostenveroordeling af en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft blijft gehandhaafd.