ECLI:NL:RBDHA:2019:14008
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot toekenning status zelfmelder na veroordeling voor leidinggeven criminele organisatie
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden voor het leiden van een criminele organisatie en het medeplegen van witwassen en valsheid in geschrifte. Na vermindering door de Hoge Raad is de veroordeling onherroepelijk geworden, maar eiser moet de straf nog uitzitten.
Eiser verzocht het CJIB om als zelfmelder te worden aangemerkt, zodat hij zich kon voorbereiden op zijn detentie, maar dit verzoek werd afgewezen vanwege de bijzondere aard en ernst van de strafbare feiten. Eiser stelde dat hij niet onder de uitsluitingsgronden viel en dat het CJIB onrechtmatig handelde door hem niet als zelfmelder te erkennen.
De rechtbank oordeelde dat het OM een ruime beleidsvrijheid heeft bij de beoordeling van de zelfmeldstatus en dat de beslissing van het CJIB slechts marginaal kan worden getoetst. Gezien de ernst van de feiten en de opgelegde sancties was het besluit van het CJIB begrijpelijk en niet onrechtmatig. De vordering van eiser werd daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt dat het CJIB terecht de status van zelfmelder heeft geweigerd vanwege de ernst van de strafbare feiten.