ECLI:NL:RBDHA:2019:14015
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroep tegen bezwaar
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier als zelfstandige ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 8 mei 2019.
Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door verweerder op 14 augustus 2019, heeft verzoeker geen beroep ingesteld tegen dit besluit. Dit is bevestigd op 26 november 2019.
De voorzieningenrechter stelt dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien er een beroep is ingesteld tegen het besluit waartegen de voorlopige voorziening wordt gevraagd. Omdat dit niet het geval is, voldoet het verzoek niet aan het connexiteitsvereiste en wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 2 december 2019.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroep tegen het bezwaarbesluit.