ECLI:NL:RBDHA:2019:14025
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing executie verkoop woning na overname executie door hypotheekhouder
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat WAGTD wordt verboden de executoriale verkoop van zijn woning voort te zetten en dat de executie wordt geschorst. De executie is echter overgenomen door ING, de hypotheekhouder, die een hogere vordering heeft dan WAGTD.
Eiser stelt dat de executie misbruik van bevoegdheid is en dat de verkoop niet zal leiden tot voldoening van de vordering van WAGTD. Daarnaast wijst hij op de belangen van zijn partner en huurders die door de verkoop op straat zouden komen te staan. WAGTD en ING voeren verweer en wijzen erop dat ING de executie heeft overgenomen en dat eiser geen toestemming heeft gegeven voor verhuur van de woning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser geen belang heeft bij toewijzing van zijn vordering jegens WAGTD, omdat ING de executie heeft overgenomen en deze voortzet. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ING gehouden zou zijn de executie te staken. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie verkoop woning wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.