ECLI:NL:RBDHA:2019:14135
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Bedouns uit Koeweit wegens onvoldoende aannemelijkheid verlies gedocumenteerde status
Eisers, afkomstig uit Koeweit en behorend tot de Bedouns, hebben asiel aangevraagd uit vrees voor ernstige en systematische discriminatie bij verlies van hun gedocumenteerde status in Koeweit. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hun aanvragen afgewezen op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij hun verlopen reviewcards niet kunnen verlengen.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende bewijs hebben geleverd dat zij daadwerkelijk niet in aanmerking komen voor verlenging van hun reviewcards. Hoewel zij verklaren dat de reviewcards zijn verlopen, hebben zij geen pogingen ondernomen tot verlenging en is niet aannemelijk dat hun situatie zodanig is gewijzigd dat verlenging onmogelijk is. Het enkele feit dat een oom van een eiser een Iraakse nationaliteit werd opgelegd, betekent niet dat dit ook voor hen geldt.
Eisers hebben artikelen overgelegd die zouden wijzen op plannen van de Koeweitse overheid om Soedanese of Comorese paspoorten aan Bedouns te verstrekken, maar verweerder heeft terecht gesteld dat hieruit niet blijkt dat deze plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd. Bovendien blijkt uit een door verweerder ingebracht artikel dat de Koeweitse politiek zoekt naar een humane oplossing voor de burgerschapskwestie.
Daarmee is niet aannemelijk dat eisers in Koeweit zullen worden blootgesteld aan vervolging of behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de asielaanvragen worden afgewezen.