ECLI:NL:RBDHA:2019:14275
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, geboren tussen 2003 en 2014, die feitelijk bij hun moeder verblijven. De ouders zijn gehuwd en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure.
De kinderrechter had de behandeling aanvankelijk aangehouden om de voortgang van het vrijwillige hulpverleningstraject af te wachten. Uit de rapportage van de gecertificeerde instelling bleek dat de moeder gemotiveerd is om hulp te ontvangen en openstaat voor contactopbouw tussen de kinderen en hun vader, hoewel de kinderen momenteel geen contact wensen. De vrijwillige hulpverlening via het maatschappelijk team Delfland is gestart en richt zich op het gezinssysteem en netwerk.
De Raad voor de Kinderbescherming handhaafde het verzoek niet, maar wilde het oordeel van de kinderrechter horen. De ouders waren van mening dat een ondertoezichtstelling nodig is om de omgang tussen vader en kinderen te bevorderen. De moeder werkt mee aan het contact en is tevreden met de vrijwillige hulpverlening.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling niet aanwezig zijn. De vrijwillige hulpverlening is voldoende om de zorgen over de ontwikkeling van de kinderen aan te pakken. Contactopbouw kan begeleid worden zonder ondertoezichtstelling. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wordt afgewezen omdat de vrijwillige hulpverlening voldoende is.