ECLI:NL:RBDHA:2019:14346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over eerwraak in Iran
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan uit vrees voor eerwraak vanwege zijn relatie en samenwonen met een vrouw genaamd [A]. Na eerdere afwijzingen en vernietiging van eerdere uitspraken door de Afdeling bestuursrechtspraak, werd een nieuw besluit genomen dat de aanvraag opnieuw afwees.
De rechtbank beoordeelde het relaas van eiser en concludeerde dat de verklaringen vaag, summier en onaannemelijk waren, met name over de huwelijksplannen, contacten met familie en autoriteiten, en de risico's die zij liepen. Ondanks dat eiser enkele punten betwistte, vond de rechtbank dat verweerder terecht het relaas ongeloofwaardig achtte.
De rechtbank ging ook in op eerdere kritiek van de Afdeling bestuursrechtspraak en stelde vast dat verweerder de beoordeling zorgvuldig had uitgevoerd. De overgelegde documenten konden het relaas niet aannemelijk maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas.