ECLI:NL:RBDHA:2019:14363
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inreisverbod van twee jaar voor Surinaamse vreemdeling met relatie in Nederland
Eiser, een Surinaamse vreemdeling, kreeg op 11 januari 2019 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde dat het inreisverbod zijn recht op gezinsleven met zijn Nederlandse vriendin schendt en dat het inreisverbod disproportioneel is. Hij vorderde daarom opheffing of verkorting van het inreisverbod.
De rechtbank overwoog dat het opleggen van het inreisverbod conform artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig is, omdat eiser niet aan het terugkeerbesluit heeft voldaan. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat het gezinsleven in Nederland wordt belemmert en wees erop dat eiser een reguliere verblijfsvergunning kan aanvragen. Tevens is overwogen dat het inreisverbod niet in de weg staat aan een toekomstige verblijfsaanvraag.
Verder concludeerde de rechtbank dat de staatssecretaris de door eiser aangevoerde omstandigheden heeft meegewogen en dat er geen reden was om af te zien van het inreisverbod of de duur ervan te verkorten. Het beroep tegen het inreisverbod werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.