ECLI:NL:RBDHA:2019:14364
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraanse vreemdeling wegens onvoldoende geloofwaardigheid
Eiser, een Iraanse vreemdeling, vroeg asiel aan op grond van vermeende vervolging vanwege politieke activiteiten en vervolging door de veiligheidsdienst. Hij stelde dat hij had deelgenomen aan demonstraties, pamfletten had verspreid en was ontslagen vanwege demonstraties. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet alle elementen van het asielrelaas geloofwaardig waren.
De rechtbank oordeelde dat eiser geloofwaardig was over zijn identiteit en deelname aan demonstraties zonder een onderscheidende rol, maar niet over het verspreiden van pamfletten, het ontslag vanwege demonstratie bij de Evingevangenis en vervolging door de inlichtingendienst. Eiser kon zijn stellingen niet eenduidig en concreet onderbouwen en vertoonde tegenstrijdigheden in zijn verklaringen.
Ook medische stukken over geheugenproblemen konden niet verhinderen dat eiser adequaat gehoord kon worden. De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus of bescherming op grond van het EVRM en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van belangrijke elementen.