ECLI:NL:RBDHA:2019:14365
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Eritrese vrouw wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM
Eiseres, een Eritrese vrouw, diende een asielaanvraag in met het argument dat zij niet naar Eritrea kon terugkeren vanwege de desertie van haar zoons uit het leger, wat haar in gevaar zou brengen. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij risico liep op vervolging of ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank bevestigt dit oordeel na een gedegen beoordeling van het dossier en eerdere uitspraken.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet geloofwaardig heeft gemaakt dat zij in de negatieve belangstelling staat van de Eritrese autoriteiten vanwege de desertie van haar zoons. Ook is niet aannemelijk dat zij risico loopt vanwege het verlopen van haar uitreisvisum of het indienen van de asielaanvraag. Eiseres bracht onvoldoende persoonlijke feiten of actuele rapporten aan die dit zouden onderbouwen.
Verder is vastgesteld dat het visum dat eiseres had geen beperking inhoudt op de duur van haar afwezigheid, en dat personen die legaal Eritrea verlaten hebben zonder problemen kunnen terugkeren. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wijst ook het beroep op een rapport van het US Department of State en een EASO-rapport af, omdat deze niet voldoende specifiek of actueel zijn om het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro te onderbouwen.
Uitkomst: Het beroep van de Eritrese vrouw tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.