ECLI:NL:RBDHA:2019:14385
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek asielzoekster met onbekende bestemming
Eiseres, een Nigeriaanse asielzoekster, diende samen met haar partner een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tijdens de zitting bleek dat eiseres op 21 augustus 2019 met onbekende bestemming Nederland had verlaten en geen contact meer had met haar gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat eiseres daardoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep, omdat zij kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die zij aanvankelijk zocht.
De stelling dat eiseres mogelijk in een blijf-van-mijn-lijfhuis verblijft en niet met onbekende bestemming is vertrokken, veranderde hier niets aan. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.