ECLI:NL:RBDHA:2019:14451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling wegens onvoldoende motivering middelen van bestaan
Eiser, een Russische nationaliteit houdende vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor medische behandeling. Verweerder wees deze aanvraag af vanwege onvoldoende bewijs van voldoende middelen van bestaan, mede omdat eiser geen Nederlandse belastingaangifte had overgelegd.
Eiser betwistte dit en overhandigde onder andere een Russische belastingaangifte waaruit inkomsten blijken. Verweerder erkende dat deze aangifte was ingediend, maar hield vast aan de afwijzing omdat een Nederlandse belastingaangifte ontbrak. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte de Russische aangifte niet had betrokken in de beoordeling en onvoldoende had gemotiveerd waarom deze niet volstond.
De rechtbank stelde dat het beleid geen verplichting tot het overleggen van een Nederlandse belastingaangifte bevat en dat verweerder onvoldoende heeft toegelicht waarom de Russische aangifte niet volstaat. Tevens had verweerder eiser niet gehoord in bezwaar, wat in deze situatie op zijn plaats was geweest.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.