Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
[aangever 1]heeft ook verklaard dat hij de bewuste nacht met [aangever 2] en [aangever 3] naar huis fietste. Ze zagen drie jongens. [aangever 2] stapte af, stelde een vraag en kreeg meteen een klap in zijn gezicht. [aangever 1] en [aangever 3] stapten ook af. [aangever 1] werd toen op zijn achterhoofd geslagen. Hij denkt dat dat door twee jongens tegelijk is gedaan, omdat hij zich niet kon verdedigen. Hij denkt dat de eerste klap met een ploertendoder was. Hij heeft een van de jongens met een ploertendoder gezien. Meteen daarna werd hij ook op zijn mond geslagen. Hij werd duizelig en zag dat hij erg bloedde. Hij werd op zijn hoofd, rug en arm geslagen en denkt dat dat met de ploertendoder is gebeurd, omdat hij striemen op zijn rug heeft. [4]
verdachteheeft verklaard dat hij op 7 juli 2018 in Katwijk met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , samen bij een vechtpartij betrokken was. Hij heeft verklaard dat hij werd geslagen, zelf sloeg, en later achter de jongen aanging die hem had geslagen.
enhet lichaam te slaan en met kracht tegen/op het hoofd te slaan/te stompen en [aangever 3] met een ploertendoder met kracht tegen/op het voorhoofd, te slaan en het roepen van de woorden tegen die [aangever 3] dat hij dood moest.
4.De strafbaarheid van het feit en de strafbaarheid van de verdachte
5.De strafoplegging
6.De vorderingen van de benadeelde partijen
7.Beslag
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van
60 uren;
2 jaren, houdt aan de volgende voorwaarden:
eerste jaar van de proeftijdzal melden bij de jeugdreclassering op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang als deze instelling dat noodzakelijk vindt;