Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot wijziging van zijn voornaam, achternaam en geboorteplaats in de Nederlandse registers, op grond van een buitenlandse geboorteakte. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker niet in Nederland woont, maar wel de Nederlandse nationaliteit bezit, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is.
De rechtbank constateerde dat er geen gelegaliseerde buitenlandse geboorteakte was overgelegd, hetgeen volgens de ambtenaar van de burgerlijke stand een vereiste is voor inschrijving. Verzoekers advocaat erkende dit tijdens de zitting en verzocht om aanhouding van de zaak om alsnog een gelegaliseerde akte te kunnen overleggen. Verzoeker zelf was niet verschenen en er waren geen nieuwe stukken ingediend na het verweerschrift van 22 juli 2019.
Gezien het ontbreken van de noodzakelijke stukken en het niet verschijnen van verzoeker, en omdat verzoeker ruimschoots de gelegenheid had gehad om de stukken tijdig aan te leveren, zag de rechtbank geen reden tot aanhouding. Het verzoek werd daarom afgewezen.