De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de bijzondere curator tot vernietiging van de erkenning van het vaderschap van een minderjarige door de man. Uit een door Verilabs uitgevoerd DNA-verwantschapsonderzoek bleek praktisch bewezen dat de man niet de biologische vader is van de minderjarige.
De rechtbank oordeelde dat de erkenning van het vaderschap daarom vernietigd moest worden. Tevens werd overwogen dat de vernietiging van de erkenning geen belemmering vormt voor de sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling van de minderjarige. De rechtbank zag daarom geen reden om het verzoek van de bijzondere curator niet toe te wijzen.
De kosten van het DNA-onderzoek, € 685,- inclusief btw, werden verdeeld over de man en de moeder, ieder voor de helft. De rechtbank nam hiertoe het standpunt in dat geen van beide partijen voldoende bewijs leverde voor hun beweringen over bedrog, en dat de moeder bovendien verschillende, tegenstrijdige verklaringen had afgelegd.
De bijzondere curator werd ontslagen uit zijn taak, nu zijn vertegenwoordiging in deze procedure niet langer nodig was. De beschikking werd uitgesproken op 23 december 2019 door kinderrechter M.S. Vonck.