Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot wijziging van haar voornaam en vaststelling van haar geboortegegevens, waarbij zij tevens een uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft gevraagd. Zij is in Nederland woonachtig en heeft reeds haar geslachtsnaam laten wijzigen. Het verzoek betreft een mannelijke islamitische voornaam die zij wil wijzigen.
De ambtenaar van de burgerlijke stand betwist het verzoek en stelt dat verzoekster een originele, gelegaliseerde geboorteakte dient te overleggen. Verzoekster stelt dat zij geen toegang heeft tot een dergelijke geboorteakte omdat zij geen familie meer in Irak heeft en niet naar Irak kan reizen. Zij heeft contact gehad met de Irakese ambassade en juridische instanties, maar kon geen hulp krijgen bij het verkrijgen van een advocaat of geboorteakte. Ter zitting overlegt zij een certificaat en een vertaling van een identiteitsbewijs.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat het voor haar onmogelijk is om een originele en gelegaliseerde geboorteakte te overleggen. Er zijn onvoldoende pogingen ondernomen om nadere bewijsstukken te verkrijgen, en van deze pogingen is geen schriftelijk bewijs overgelegd. De rechtbank ziet geen reden om de zaak aan te houden en concludeert dat verzoekster ruimschoots in de gelegenheid is geweest om de benodigde stukken aan te leveren.
Daarom worden de verzoeken tot voornaamswijziging en vaststelling van geboortegegevens afgewezen.