De man heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot vernietiging van de erkenning door de juridische vader van een minderjarige. De rechtbank heeft bij eerdere beschikking een DNA-onderzoek bevolen en de verdere beslissing aangehouden om het belang van de minderjarige te waarborgen.
De bijzondere curator heeft aangegeven geen zelfstandig verzoek tot vernietiging te zullen indienen, mede doordat er geen medewerking werd verleend aan gesprekken en DNA-onderzoek. Tevens is gebleken dat er een procedure in Duitsland loopt over de erkenning.
Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van een zelfstandig verzoek van de bijzondere curator, verklaart de rechtbank de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning. De werkzaamheden van de bijzondere curator worden hiermee beëindigd.