ECLI:NL:RBDHA:2019:14607
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging voor medewerking aan vaststellingsovereenkomst namens in België wonende minderjarige
Op 6 november 2019 dienden de wettelijke vertegenwoordigers van een minderjarige die in België woont een verzoekschrift in bij de kantonrechter te Den Haag. Het verzoek betrof het verkrijgen van machtiging om namens de minderjarige medewerking te verlenen aan een vaststellingsovereenkomst (dading). Omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in België heeft, is in beginsel de Belgische rechter bevoegd volgens de Verordening Brussel-II bis.
De kantonrechter oordeelde echter dat op grond van artikel 12 lid 3 van Pro de Verordening Brussel-II bis de Nederlandse rechter bevoegd kan zijn indien het kind een nauwe band met Nederland heeft en de bevoegdheid uitdrukkelijk is aanvaard en gerechtvaardigd wordt door het belang van het kind. De kantonrechter stelde zich bevoegd en beoordeelde het verzoek aan de hand van Belgisch recht, zoals bepaald in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.
Volgens Belgisch recht is voor bepaalde zwaarwichtige beheershandelingen, waaronder het aangaan van een dading, toestemming van de vrederechter vereist. De kantonrechter achtte het aangaan van de vaststellingsovereenkomst in het belang van de minderjarige en verleende de gevraagde machtiging. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De kantonrechter verleent machtiging om namens de in België wonende minderjarige medewerking te verlenen aan de vaststellingsovereenkomst.