ECLI:NL:RBDHA:2019:14654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser, die de Myanmarese nationaliteit stelt te bezitten, heeft een herhaalde asielaanvraag ingediend nadat eerdere aanvragen waren afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van zijn herkomst en nationaliteit. Verweerder verklaarde de nieuwe aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser geen nieuwe elementen had ingebracht.
De rechtbank oordeelt dat de door eiser overgelegde documenten, waaronder een UNHCR Refugee Card en een voedselkaart van een vluchtelingenkamp, niet als nieuwe elementen kunnen worden beschouwd. De vluchtelingenkaart wordt niet als officieel identiteitsdocument erkend en de authenticiteit van de voedselkaart kan niet worden vastgesteld. Daarnaast is vastgesteld dat eiser eerder onvoldoende informatie gaf en dat taalanalyse wijst op een andere herkomst.
Eiser voerde aan dat verweerder ten onrechte de niet-ontvankelijkheid had vastgesteld en dat hij authentieke documenten had overlegd. Dit verweer wordt verworpen, mede omdat eiser deze documenten al in 2008 bezat en eerder had kunnen overleggen. Ook de stelling dat de verwijtbaarheidstoets niet correct is toegepast, wordt afgewezen op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.