ECLI:NL:RBDHA:2019:14674
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortgezet verblijf in gesloten jeugdhulp voor jongmeerderjarige met ernstige problematiek
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging voor voortgezet verblijf van een inmiddels 18-jarige jongmeerderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De jongmeerderjarige is sinds februari 2019 opgenomen vanwege ernstige psychiatrische problematiek, verwaarlozing en agressie in de thuissituatie. Ondanks positieve ontwikkelingen in de gesloten accommodatie, is langdurig verblijf noodzakelijk omdat de ouders niet meewerken aan hulpverlening en er geen geschikte alternatieve woonplek is gevonden.
De rechtbank weegt mee dat de jongmeerderjarige het verstandelijk vermogen van een tweejarige heeft en volledig afhankelijk is van intensieve begeleiding en verzorging, die thuis niet geboden kan worden. De ouders weigeren hulp en de veiligheid van de jongmeerderjarige is in de thuissituatie niet gegarandeerd. De jongmeerderjarige heeft geen instemming gegeven voor voortgezet verblijf, maar de rechtbank acht hem niet in staat om daarover een adequaat oordeel te vellen.
De rechtbank concludeert dat er sprake is van zeer uitzonderlijke en zwaarwegende omstandigheden die een inbreuk op de vrijheid rechtvaardigen. De machtiging wordt verleend voor de resterende maximale wettelijke termijn tot 25 april 2020, waarna Ipse de Bruggen verplicht is een passende woonplek te bieden. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging voor voortgezet verblijf in gesloten jeugdhulp tot 25 april 2020 wegens ernstige problematiek en ontbreken alternatieve woonplek.