ECLI:NL:RBDHA:2019:14818
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Rijbewijs ongeldig verklaard wegens alcoholmisbruik in ruime zin na psychiatrisch onderzoek
Eiser werd op 15 december 2018 aangehouden vanwege slingerend rijgedrag met een zeer hoog ademalcoholgehalte van 860 µg/l (1,978 ‰). Psychiater A stelde na onderzoek vast dat sprake was van alcoholmisbruik in ruime zin, gebaseerd op meerdere aanwijzingen zoals het hoge alcoholpromillage, het relatief ontbreken van intoxicatieverschijnselen en het feit dat eiser ondanks fors alcoholgebruik zijn werkbus bestuurde.
Eiser voerde verweer tegen de diagnose en het ongeldig verklaren van zijn rijbewijs, onder meer met een tegenrapport van psychiater B en stellingen over onzorgvuldig onderzoek en schending van inzage- en correctierechten. De rechtbank oordeelde echter dat het rapport van psychiater A voldoende concludent en betrouwbaar was en dat er geen sprake was van schending van rechten of onzorgvuldigheid.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die stelt dat het CBR zich mag baseren op een psychiatrisch rapport tenzij dit ernstige gebreken vertoont. De conclusie van alcoholmisbruik in ruime zin leidde tot het besluit het rijbewijs ongeldig te verklaren. Gezien de aard van de diagnose is geen verdere belangenafweging vereist.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het ongeldig verklaren van het rijbewijs wegens alcoholmisbruik in ruime zin is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.