ECLI:NL:RBDHA:2019:14889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na vakantie zonder toestemming
Eiser was werkzaam via een uitzendbureau en zou per 28 mei 2018 overgaan naar een andere werkgever. Hij had een vakantie geboekt voordat hij wist dat hij zou overgaan. Na afwijzing van zijn verlofaanvraag ging hij toch op vakantie en verscheen niet op het werk, wat leidde tot ontslag en een WW-uitkeringsaanvraag.
Het UWV stelde in het primaire besluit dat eiser verwijtbaar werkloos was en weigerde uitkering. Na bezwaar werd dit herzien en werd een korting van 12,5 uur per week opgelegd wegens verminderde verwijtbare werkloosheid. Eiser ging in beroep tegen deze korting.
De rechtbank oordeelt dat het feit dat eiser zonder toestemming verlof opnam een dringende reden voor ontslag kan zijn, maar dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de bijzondere omstandigheden, zoals de late afwijzing van de verlofaanvraag en het gebrek aan reactie op het aanbod van eiser om af te zien van vakantie. Daarom is het besluit onvoldoende gemotiveerd en wordt het vernietigd.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en gelast een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt gelast een nieuwe beslissing te nemen.