ECLI:NL:RBDHA:2019:1510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs belediging Turkse president via e-mails
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij in de periode van juli tot november 2016 via e-mails de Turkse president Erdogan en/of de ambassadeur van de Turkse ambassade in Den Haag beledigde met grove en beledigende taal.
Tijdens de zittingen op 17 augustus 2018, 2 november 2018 en 8 februari 2019 werd vastgesteld dat de e-mails weliswaar vanaf het IP-adres en e-mailadres van de verdachte waren verstuurd, maar dat de verdachte verklaarde dat meerdere personen toegang hadden tot zijn computer en dat hij niet kon uitsluiten dat iemand anders de berichten had verzonden.
De rechtbank kon op grond van deze verklaring en het dossier niet vaststellen dat de verdachte zelf de beledigende e-mails had verstuurd. Hierdoor zag de rechtbank geen grond om de inhoud van de berichten te beoordelen en sprak zij de verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de beledigende e-mails heeft verstuurd.