ECLI:NL:RBDHA:2019:15122

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 augustus 2019
Publicatiedatum
15 september 2022
Zaaknummer
7780135 EJ VERZ 19-78001 en 7780045 EJ VERZ 19-77999
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:409 BWArt. 1:410 lid 4 BWArt. 1:411 BWArt. 3 RvArt. 4:192 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Instelling afwezigheidsbewind voor erfgenaam met zwervend bestaan ter bescherming nalatenschap

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot instelling van afwezigheidsbewind over het erfdeel van twee onbereikbare erfgenamen in de nalatenschap van een overleden erflaatster. Eén erfgenaam woont vermoedelijk in Australië en is niet bereikbaar; de ander leidt een zwervend bestaan in Nederland.

De rechtbank oordeelde dat het instellen van afwezigheidsbewind voor de in Australië wonende erfgenaam niet noodzakelijk is omdat de nalatenschap ook zonder medewerking van deze erfgenaam kan worden vereffend via de kantonrechter of benoeming van een vereffenaar. Dit voorkomt onnodige kosten en langdurig bewind.

Voor de erfgenaam met zwervend bestaan achtte de rechtbank het wel opportuun om afwezigheidsbewind in te stellen, omdat er een reële kans is dat contact wordt gelegd en het erfdeel aan hem kan worden overgedragen. De bewindvoerder krijgt ruime bevoegdheden conform artikel 1:410 lid 4 BW Pro. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: Afwezigheidsbewind ingesteld voor erfgenaam met zwervend bestaan, afgewezen voor erfgenaam vermoedelijk in Australië.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats ‘s-Gravenhage
NAV
Zaaknrs.: 7780135 EJ VERZ 19-78001 en 7780045 EJ VERZ 19-77999
27 augustus 2019
[uitspraak][zaaknr]
Beschikking op een verzoek tot instelling van bewind wegens afwezigheid
op verzoek van:

[verzoeker] ,

als kandidaat-notaris verbonden aan [naam kantoor] te [plaats 1] ,
in zijn hoedanigheid van boedelbehandelaar, en gevolmachtigde van negenentwintig van de éénendertig erfgenamen in de nalatenschap van:
[erflaatster] ,
geboren op [geboortedag] 1933 te [geboorteplaats] ,
laatstelijk wonende te [plaats 2] , en aldaar overleden op [overlijdensdag] 2018,
hierna ook te noemen: erflaatster.
Het verzoek strekt tot onderbewindstelling wegens afwezigheid van:
[betrokkene 1] ,geboren op [geboortedag] 1948 te Hoorn,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen Nederland of daarbuiten,
hierna afzonderlijk te noemen: [betrokkene 1] ,
[betrokkene 2] ,met een onbekende geboortedatum en -plaats,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen Nederland of daarbuiten,
dan wel de (overige) erfgenamen van wijlen [naam] ,
hierna afzonderlijk te noemen: [betrokkene 2] ,
hierna tezamen te noemen: rechthebbenden.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Alkmaar, ingekomen op 16 april 2019;
  • de verwijzingsbeschikking d.d. 13 mei 2019.
De zaak is behandeld ter zitting van vrijdag 26 juli 2019. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.

Beoordeling

1. Het verzoek strekt tot instelling van een afwezigheidsbewind ex artikel 1:409 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) over het aan rechthebbenden toekomende erfdeel in de nalatenschap van erflaatster, met benoeming van verzoeker tot bewindvoerder.
2. Aan dat verzoek heeft verzoeker ten grondslag gelegd dat rechthebbenden zijn geroepen als erfgenamen tot de nalatenschap van erflaatster. De familieleden van [betrokkene 1] hebben verklaard dat hij een zwervend bestaan leidt en dat zij niet in het bezit zijn van contactgegevens. [betrokkene 2] is naar alle waarschijnlijkheid woonachtig in Australië. Haar woonadres is echter onbekend. Rechthebbenden hebben niet kenbaar gemaakt of zij de nalatenschap van erflaatster wel of niet wensen te aanvaarden. De nalatenschap kan daardoor niet (verder) worden afgewikkeld.
3. De kantonrechter dient eerst vast te stellen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Een specifieke internationaalrechtelijke of in de Nederlandse wetgeving neergelegde regeling op dat punt ontbreekt ten aanzien van het afwezigheidsbewind. De vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft dient dus te worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dat betekent dat de Nederlandse rechter bevoegd is op het verzoek te beslissen. Verzoeker heeft immers woonplaats in Nederland en daarmee is aan het bepaalde in artikel 3 Rv Pro voldaan.
4. De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is welk recht op de onderhavige situatie van toepassing is. Ten aanzien van het toepasselijke recht ontbreekt niet alleen een specifieke internationaalrechtelijke of in de Nederlandse wetgeving neergelegde regeling, maar ook is er geen algemene bepaling waarin is vastgelegd welk recht moet worden toegepast. De kantonrechter zal daarom aansluiten bij de regeling die bestaat ten aanzien van de meest met het afwezigheidsbewind vergelijkbare rechtsfiguur: het meerderjarigenbewind.
5. Het in het meerderjarigenbewind toepasselijke Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen bepaalt dat de Nederlandse rechter bevoegd is beschermende maatregelen te nemen ten aanzien van in Nederland gelegen vermogen van een volwassene en daarbij Nederlands recht toepast.
6. Voor de instelling van een afwezigheidsbewind op grond van het bepaalde in artikel 1:409 BW Pro dient de kantonrechter vast te stellen dat a) iemand zijn woonplaats heeft verlaten of iemands bestaan onzeker is geworden of hij onbereikbaar is, b) niet voldoende orde op het bestuur van zijn goederen heeft gesteld en c) er noodzakelijkheid bestaat om daarin geheel of gedeeltelijk te voorzien of de afwezige te doen vertegenwoordigen.
7. De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van verzoeker dat hij zich op het standpunt stelt dat rechthebbenden onbereikbaar zijn omdat hij hun adres niet kent. De noodzakelijkheid voor het afwezigheidsbewind bestaat er volgens verzoeker uit dat de afwikkeling van de erfenis van erflaatster stil ligt.
8. De kantonrechter heeft verzoeker ter terechtzitting het volgende voorgehouden. Het instellen van afwezigheidsbewind heeft niet alleen tot gevolg dat een benoemde bewindvoerder namens rechthebbenden mee kan werken aan de afwikkeling van de nalatenschap, maar ook dat de bewindvoerder na afwikkeling en verdeling van de nalatenschap verantwoordelijk blijft voor het beheer over het aan rechthebbenden toekomende gedeelte van de nalatenschap. Rechthebbenden zullen kosten verschuldigd zijn voor de uitvoering van het bewind en de bewindvoerder zal jaarlijks aan de kantonrechter rekening en verantwoording dienen af te leggen over het door hem ten behoeve van rechthebbenden gevoerde bewind. Daarbij komt dat het bewind als gevolg van het bepaalde in artikel 1:411 BW Pro formeel slechts kan eindigen met medewerking van rechthebbenden of wanneer de dood van rechthebbenden komt vast te staan.
9. In een situatie als de onderhavige, waarbij gesteld noch gebleken is dat [betrokkene 2] enige band met Nederland heeft, geen adres van [betrokkene 2] bekend is en ook op andere wijze geen contact is verkregen met [betrokkene 2] , leidt het instellen van afwezigheidsbewind aldus naar verwachting tot het voortbestaan van het bewind totdat het aan [betrokkene 2] toekomende deel van de nalatenschap opgesoupeerd is aan de kosten van het bewind zelf. De verantwoordelijkheid van de bewindvoerder voor het aandeel van [betrokkene 2] in de nalatenschap en de toezichthoudende taak van de kantonrechter eindigt ook pas dan.
10. Daartegenover staat dat de erfenis van erflaatster ook op andere wijze dan door de instelling van afwezigheidsbewind kan worden afgewikkeld. Een aantal van de erfgenamen heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. De nalatenschap dient daarom te worden vereffend en alle erfgenamen tezamen zijn vereffenaar. Zolang rechthebbenden geen verklaring tot verwerping of (beneficiaire) aanvaarding hebben afgelegd, worden zij op grond van het bepaalde in artikel 4:192 lid 4 BW Pro geacht ook beneficiair te aanvaarden en zijn zij dus mede-vereffenaars.
11. Desondanks kan de vereffening van de nalatenschap ook zonder de medewerking van [betrokkene 2] worden voltooid door, ofwel de kantonrechter te verzoeken op grond van artikel 4:198 BW Pro te bepalen dat een of meerdere erfgenamen hun bevoegdheden als vereffenaar zonder medewerking van [betrokkene 2] kunnen uitvoeren, ofwel de rechtbank te verzoeken een vereffenaar te benoemen. Als de vereffening is voltooid kan het aan [betrokkene 2] toekomende erfdeel zo nodig op grond van artikel 4:226 BW Pro aan de Staat worden afgegeven, waar [betrokkene 2] haar aandeel in de nalatenschap tot 20 jaar na het openvallen van de nalatenschap kan opeisen.
12. Namens verzoeker zijn geen omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan het, ondanks het voorgaande, noodzakelijk is ten aanzien van [betrokkene 2] afwezigheidsbewind in te stellen. De belangen van [betrokkene 2] worden, ook als de nalatenschap via voormelde route wordt afgewikkeld, voldoende behartigd. De vereffening van de nalatenschap vindt immers plaats onder toezicht van de kantonrechter. [betrokkene 2] is, in het geval zonder afwezigheidsbewind wordt afgewikkeld, bovendien geen kosten verschuldigd voor het voeren van dat afwezigheidsbewind. Onder de gegeven omstandigheden is instelling van afwezigheidsbewind naar het oordeel van de kantonrechter dan ook niet noodzakelijk voor de afwikkeling van de nalatenschap en evenmin in het belang van [betrokkene 2] . Het verzoek tot instelling van afwezigheidsbewind wordt daarom afgewezen ten aanzien van [betrokkene 2] .
12. De situatie van [betrokkene 1] is een andere. Van hem is bekend dat hij in Nederland heeft gewoond en thans een zwervend bestaan leidt (waarschijnlijk in Nederland). Er bestaat derhalve een reële kans dat op enig moment contact wordt verkregen met [betrokkene 1] , zodat het hem toekomende deel van de nalatenschap aan hem kan worden overgedragen. Onder die omstandigheden acht de kantonrechter het opportuun de belangen van [betrokkene 1] veilig te stellen door instelling van een afwezigheidsbewind. De kantonrechter heeft geen reden de bevoegdheid van de bewindvoerder, bedoeld in artikel 1:410 lid 4 BW Pro te beperken. De taken van de bewindvoerder strekken zich dan ook verder uit dan het geval is bij beschermingsbewind.

Beslissing

De kantonrechter:
  • stelt het aan
  • benoemt tot bewindvoerder
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kantonrechter te ‘s-Gravenhage, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2019, in aanwezigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Tegen deze beslissing kan door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het Gerechtshof Den Haag hoger beroep worden ingesteld:
a door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden,
binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
b door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of
nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.