ECLI:NL:RBDHA:2019:1519
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraakse vluchteling wegens ongeloofwaardigheid en verbeterde veiligheidssituatie
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van bedreiging door de Asa’ib Ahl al-Haq militie (AAH). Hij stelde dat hij was benaderd om te vechten, zijn zus was ontvoerd en zijn fabriek was afgebrand, waarna hij moest vluchten.
De rechtbank beoordeelde de door eiser overgelegde documenten en verklaringen en concludeerde dat de identiteit van eiser geloofwaardig is, maar zijn verhaal over de bedreigingen en gebeurtenissen onvoldoende overtuigend en tegenstrijdig is. De verklaringen over de brand in de fabriek en de ontvoering van zijn zus werden als ongeloofwaardig beoordeeld.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de veiligheidssituatie in Irak, met name in de provincie Babil, is verbeterd volgens het ambtsbericht van Buitenlandse Zaken. Hierdoor is geen sprake meer van een uitzonderlijke situatie die rechtvaardigt dat eiser bescherming krijgt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier J. Loonstra op 16 januari 2019.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen.