ECLI:NL:RBDHA:2019:1537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 26 september 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij eerder op 29 januari 2018 in Zwitserland een verzoek om internationale bescherming had ingediend. De Nederlandse staatssecretaris verzocht Zwitserland om terugname van eiser op grond van de Dublinverordening, waarmee Zwitserland instemde.
De rechtbank stelde vast dat eiser op 13 december 2018 met onbekende bestemming was vertrokken uit het asielzoekerscentrum en sindsdien geen contact meer had onderhouden met zijn gemachtigde. De gemachtigde kon ook niet aangeven waar eiser verbleef. Eiser en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting en gaven aan niet te zullen verschijnen.
Op basis van vaste rechtspraak concludeerde de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland en daardoor geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.