ECLI:NL:RBDHA:2019:1697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker uit opvang
Eiser, een Tunesische asielzoeker, diende op 24 november 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag bij besluit van 10 december 2018 af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
Uit dossierinformatie bleek dat eiser op 16 januari 2019 de asielopvang heeft verlaten en sindsdien geen contact meer heeft gezocht met zijn gemachtigde. De gemachtigde verklaarde niet te weten waar eiser zich momenteel bevindt. Gezien het vertrek uit de opvang en het ontbreken van contact concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter P.M. de Keuning en griffier J.A.B. Koens. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door vertrek uit de asielopvang.