ECLI:NL:RBDHA:2019:1726
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoekster had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Hiertegen stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. Vervolgens trok de staatssecretaris het bestreden besluit in, waarna verzoekster haar beroep introk en gelijktijdig verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek om proceskostenvergoeding gelijktijdig met de intrekking van het beroep was gedaan en dat de staatssecretaris aan verzoekster tegemoet was gekomen door het besluit in te trekken. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris daarom gehouden was de proceskosten te vergoeden, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordeden, wat niet het geval was.
Verzoekster had ook kosten gemaakt voor het inschakelen van een deskundige die rapportages had opgesteld over de risico’s voor Cubanen bij het aanvragen van asiel. De rechtbank achtte deze kosten redelijk en stelde vast dat vergoeding op basis van het maximale uurtarief van €126,47 per uur passend was. Het totaalbedrag aan proceskosten en deskundigenkosten werd vastgesteld op €1.428,14, waarvoor de staatssecretaris werd veroordeeld.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en deskundigenkosten van in totaal €1.428,14.