ECLI:NL:RBDHA:2019:1728
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse nationaliteit bezittende persoon, diende op 5 oktober 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Ierland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank stelde vast dat uit Eurodac bleek dat eiser op 18 mei 2015 een verzoek om internationale bescherming had ingediend in Ierland, dat op 19 oktober 2018 instemde met terugname van eiser. Eiser voerde aan dat overdracht aan Ierland niet passend is vanwege opvangproblematiek die de toegang tot asielprocedure en rechtshulp zou bemoeilijken.
De rechtbank oordeelde dat Ierland zich heeft verbonden aan het claimakkoord en de Europese asiel- en opvangrichtlijnen naleeft. Eiser moet eventuele klachten over opvang richten aan de Ierse autoriteiten. Er is geen reden om het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Ierland te verwerpen. Daarom is het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.